Het vaandel van de vereniging

Het nieuwe vaandel van Broedermin

Het nieuwe vaandel tijdens het concert op 24 & 25 januari 2009


Het vaandel uit de begintijd

"In 1930 werd onze eerste houten plaat met de benaming van de vereniging vervangen door een vaandel. Dit ging gepaard met kleine feestelijkheden."

Uit: Een klein overzicht over het ontstaan en de groei van onze maatschappij

Het oude vaandel van Broedermin

Het oude vaandel van Broedermin

het oude vaandel tijdens het concert op 24 & 25 januari 2009
(© Foto's Victor Vos)


Oud vaandel Broedermin Oud vaandel Broedermin Oud vaandel Broedermin Oud vaandel Broedermin Oud vaandel Broedermin

Klik op de kleine foto voor een grote foto

(gefotografeerd in november 2008)


Vaandels

Verschillende verenigingen uit de omgeving met vaandels. Het vaandel van Broedermin staat achteraan. Jaar 1966??
Foto afkomstig van Victor Vos.
Wie meer informatie heeft over deze foto, graag een e-mail naar info@broedermin.be


1935 - Koninklijke Fanfare Broedermin

1935

De jongeman die op de grond zit naast de instrumenten is wijlen de Ere-voorzitter August Vandermosten


Het vaandel of de vlag was voor de vereniging zeer belangrijk als visitekaartje. Het meedragen van een vlag is een traditie die uit de militaire wereld stamt. In de Oudheid droegen de legers al een standaard mee. Het was een stang met bovenaan een veldteken en daaronder een doek. In de loop der tijden werd het doek belangrijker en het veldteken minder groot. In de Middeleeuwen kreeg de standaard zijn definitieve vorm: het doek is ruitvormig en werd met een punt opgehangen aan een stang die bovenaan het veldteken droeg. Deze militaire standaard die zich meestal in de buurt van de regimentskapel bevond, inspireerde de burgerlijke muziekkorpsen. De eerste verenigingsvaandels namen dan ook de vorm van de miltaire standaard over. De vlag had de vorm van een ruit of een driehoek en werd met een punt opgehangen aan een stang. Deze werd bekroond met een heraldisch of muzisch symbool als een leeuw, een harp of een lier. Het materiaal waaruit de vlag gemaakt was, was meestal rood of bruin fluweel. Onderaan hingen goudkleurige franjes. Centraal op het doek stond de patroonheilige of de afbeelding van een aantal muziekinstrumenten, omringd door een krans van lauriertakken of eikeloof. Boven en onder de afbeelding werd de naam van de vereniging, de gemeente en de stichtingsdatum geborduurd. Bij een aantal verenigingen kwam ook het wapenschild van de adellijke mecenas voor op de vlag. Indien de adel zijn steentje bijdroeg aan de plaatselijke vereniging was het vaak in de vorm van de bekostiging van het vaandel. Uiteraard moest dan ook het familiewapen hierop prijken. Zo droeg de vlag van fanfare Orpheus uit Korbeek-Lo het wapenschild van baron Ludovicus Alexander de Dieudonné, burgemeester en erevoorzitter van de vereniging.[140] Op aanvraag kon men ook de titel "koninklijke maatschappij" verkrijgen vanwege de koning. Deze eretitel moest vanzelfsprekend ook op het vaandel prijken. In de rekeningen van De Eendracht uit Erps-Kwerps werd de uitgave van 100 frank vermeld om op het vaandel een kroontje en de titel koninklijk te laten zetten.[141] Omstreeks 1850, met de opkomst van festivals, kwam de hangpenning in gebruik. Daarom bevestigde men onder de top van de standaard een ring waaraan men de medailles kon bevestigen die uitgereikt werden aan de deelnemende verenigingen op festivals.[142] Zo kunnen de verenigingen die hun 19e-eeuws vaandel nog in bezit hebben uit de medailles afleiden aan welke festivals en feestelijkheden er toen deelgenomen werd.

en

Een grote uitgave tijdens de stichtingsperiode was de aankoop van een vaandel. We hebben reeds gezien dat de vlag een grote symbolische waarde had. Elke vereniging wilde dan ook zo snel mogelijk een eigen vlag om mee te dragen bij optochten en uitstappen. Soms moest men wel enkele jaren sparen vooraleer men ze kon bekostigen. Zo'n vlag was zeer duur, ze kostte zelfs tot 1000 frank. Men was uiteraard zeer fier en wilde daarom een groot feest geven ter gelegenheid van de inhuldiging van de vlag wat nog extra onkosten meebracht. De twee voornaamste manieren om deze kosten te dekken waren een financiële bijdrage van een mecenas en een éénmalige retributie van leden en anderen. De adel was op dit eerste gebied zeer actief: het was vaak de plaatselijke kasteelheer die de vlag liet maken; in ruil liet hij er dan ook zijn wapenschild op zetten om zijn milde gift duidelijk te stellen. Orpheus uit Korbeek-Lo kreeg zijn vlag van Ludovicus-Alexander Dieudonné, baron van Corbeek-over-Loo[217], De Dalgalmen uit Gelrode van baron Surmont de Volsberghe[218]. Aan de Philharmonie St.-Cecile van Braine-le-Château schonk Mme la comtesse douarière de Robiano d'Ostregnies een vlag[219]; Sterrebeek kon rekenen op de steun van baron Aloïs de Fierlant voor de aankoop van een vaandel voor St.-Pancratius[220], en zo kunnen we er nog tientallen opsommen. Verenigingen die geen mecenas hadden probeerden het geld in te zamelen onder de leden en dorpelingen. In Overijse, bij St.-Martinus, werd geld ingezameld door een intekenlijst te laten rondgaan. Bijdragen schommelend tussen 2 en 65 frank leverden een totaal op van 467,58 frank.[221] In Erps-Kwerps leverde een dergelijke procedure 633 frank op voor De Eendracht; de vlag kostte echter 1.119,94 frank.[222]

Uit: Muziekverenigingen in Brabant tijdens de 19e eeuw. (Griet Lemmens)